Na de Tweede Wereldoorlog richtte de wereld zich op de wederopbouw. De Amerikaanse overheid richtte zich op problemen zoals betaalbare woningen. Er was echter vrijwel geen aandacht voor het ontwerpen en produceren van goedkoop, duurzaam en mooi meubilair. Er was een grote vraag naar goed ontworpen, redelijk geprijsde meubelstukken voor de middenklasse. Men wilde meubilair dat gemakken verplaatst kon worden en gemakkelijk te onderhouden was. Men wilde meubilair dat paste bij de moderne, naoorlogse manier van leven.

Low-Cost Furniture wedstrijd

Low Cost Furniture Inzending Eames

Low Cost Furniture Inzending Eames

Het was daarom dat de International Competition for the Design of Low-Cost Furniture in het leven werd geroepen. De competitie werd georganiseerd door het Museum of Modern Art in New York en beschikte over prijzen met een totaalwaarde van zo’n 50.000 dollar, een hoop geld in die tijd.

Op 5 januari 1948 ging de International Competition for the Design of Low-Cost Furniture officieel van start. De uiterste inzenddatum was op 31 oktober om middernacht. Twee maanden na de sluitingsdatum zou de jury de winnaars bekend maken.

Ontwerpers van over de hele wereld waren welkom om aan de competitie deel te nemen. Deelnemers werden aangemoedigd om met nieuwe materialen en productiemethoden te experimenten. De competitie bestond uit twee categorieën: De eerste was voor zitmeubelen voor één of meerdere personen, zoals stoelen, lounge stoelen, bankstellen, sofa’s, enzovoorts. De tweede categorie was bedoeld voor opbergeenheden zoals kasten. Beide categorieën zouden apart beoordeeld worden.

Een winnend ontwerp

De mal van de La Chaise

Op 18 januari 1949 maakte Nelson A. Rockefeller, president van het Museum of Modern Art in New York, de winnaars bekend, en stelde dat de ontwerpen “een waardevolle bijdrage zijn aan de verbetering van de levensstandaarden.” Charles Eames, die deelnam namens de Universiteit van Californië, won de tweede prijs in de categorie zitmeubelen, en ontving een bedrag van 2500 euro. Zijn contributie, La Chaise getiteld, ontving een eervolle vermelding. De stoel bestond uit een zitschaal met een zeer inventieve basisconstructie. Door het kiezen van de juiste basisconstructie en de zitschaal, kon La Chaise geheel worden aangepast aan de wensen en behoeftes van de consument. Geen enkele andere submissie had zoveel aanpasbare variaties. De La Chaise vormde de basis van de latere Eames stoelen.

Verbeteringen

De zitschaal van La Chaise bestond uit staal. Het gieten van staal was destijds een behoorlijk prijzige methode. Bovendien ging het staal na verloop van tijd roesten. De stoelen waren ook nog eens ijskoud, waardoor het aanbrengen van een neopreen coating aan het productieproces moest worden toegevoegd om de gebruiker nog wat comfort te bieden. Dit alles leed tot een onbedoelde toename in de productie kosten van La Chaise. Charles, die altijd op zoek was naar manieren om zijn ontwerpen te verbeteren, nam het materiaal van zijn prijswinnende stoel opnieuw in overweging. Hij klopte aan bij de werkplaats van John Wills, die voor hem een prototype maakte van La Chaise met een zitschaal van glasvezel. De zitschalen die uiteindelijk in productie werden genomen, zijn identiek aan dat prototype. Tegenwoordig worden er ook La Chaise reproducties aangeboden.

De stoel met armleuningen (tegenwoordig bekend als de Eames DAW) werd als eerste in productie genomen. Men dacht dat wanneer dit zou lukken, de zitschaal zonder armleuningen een eitje zou zijn, omdat deze minder complex is. De eerste oplage van de stoelen bestond uit 2000 exemplaren. De rest is, zoals men zegt, geschiedenis.